Na een drukke carnavalsperiode waarin menig held tot in de late uurtjes heeft genoten van een alcoholische versnapering en Hijns de hattrick van de week binnensleepte door elke dag een barfje te doen, stond de T.H.D. om half vier ’s nachts klaar om in een busje naar Schiphol te gaan. Terwijl de één sliep, een ander de score van de tongsi deelde, of weer een ander alvast een eerste ‘anytimer’ in zijn bloedbaan opnam (vliegen is immers best eng) wachtte het gezelschap op de grote ontrafeling van het mysterie: waar zou de Braquantie dit jaar naartoe gaan?
Cyprus!
Gelukkig het Griekse deel en niet het Turkse, zodat ook de kameraden met ouders die allergisch zijn voor dictators zonder problemen mee konden. Daar had de steeds kaler wordende commissie goed over nagedacht. Helaas was er in de vroege ochtenduren aan één ding een gebrek: u raadt het al, een lekker pilsje. Na een vlug ontbijtje werd er snel geboard. Dat een paar mensen direct de ogen sloten was geen enkel probleem, aangezien de desbetreffende budgetmaatschappij niet per se moeders mooiste stewardessen op de vlucht naar Cyprus had gezet. Dankzij flinke wind mee kon de piloot melden dat we drie kwartier eerder op onze bestemming zouden aankomen. Het geluk kon niet op, en Takel maakte van de gelegenheid gebruik om de piloot persoonlijk te bedanken voor het doorvliegen met een selfie in de cockpit.
Nadat iedereen sloffen sigaretten had ingeslagen in de Duty Free, was het moment daar dat de vakantiecommissie het vervoer naar de villa’s zou regelen. Na een wachttijd van vijf minuten nee wacht, tien, nee een kwartier, vroegen we ons af: waar blijft die vent? Er kwam ondertussen een Kroatisch team uit de Keuken Kampioen Divisie langs op de parkeerplaats, waar voetbalfanaat Padde direct kaartjes voor boekte. Maar toen was hij er eindelijk: een Sovjet-Unie busje zonder airco dat het gezelschap naar de accommodatie bracht. En wat had de commissie twee schitterende villa’s geregeld! De zwembroeken gingen direct aan, de ligstoelen werden tevoorschijn getoverd en de plaatselijke sinaasappels uit de tuin werden geproefd (geen aanrader).
Vervolgens werd het dorpje verkend, waar alles verdacht stil was. Tot er ineens een Ford Focus uit 2001 voor onze neus stopte en de uitbater van de Pheromone Bar ons een aanbod deed dat we niet konden weigeren (later meer hierover). Gelukkig voor het gezelschap was er een gure taveerne open met een gemene, gekortwiekte papegaai die volgens de baas “echt niet beet”. Rintje kwam al gauw dichterbij om de vogel te voeren, wellicht omdat het vogelnestje op zijn hoofd er die dag bijzonder uitnodigend bij lag. Nadat Ploert op z’n Hollands wat van de prijs van veertien Long Island Iced Teas had afgedongen, begon het struinen over de ietwat lege strip compleet uitgestorven ghost town.
Toen de avond viel en er geen fatsoenlijk ‘eet-establishment’ te vinden was, hakte Tüt de knoop door: we gingen voor de Griekse gyros, wat er met een paar koude Keo Leo’s prima inging. Iedereen was verzadigd, in het bijzonder Hijns, die na zijn derde gyros nog wel ruimte zag voor een vierde. Zover kwam het echter niet nadat Peerke per ‘ongeluk’ de deur intrapte van de wc, een actie waarvoor de nodige excuses aan de gyros-eigenaar aan te pas moesten komen.
De trek in pils nam toe en na een rondje over de strip (waar alles op Google Maps open leek te zijn, maar in werkelijkheid potdicht zat) brandde de uitnodiging van de Pheromone Bar in ieders broekzak. Voor een tientje per persoon konden we genieten van twee halve liters bier, een Long Island, vier shotjes p.p. en maar liefst vier shisha-pijpen. Het gezelschap kon niets anders dan overgaan tot de transactie. De lievelingssmaak van Multatulli en Peerke werd geregeld en Praeses Moffel had direct een nieuwe beste vriend uit India (hij heeft daar immers “vrienden studeren”).
Zo stond Sammy de hele avond tot onze beschikking. Dat Sammy waarschijnlijk de enige was die de lichten in de bar überhaupt aan kon houden, bleek wel uit de gretigheid waarmee hij de Carlsbergs en de shisha-slangen bleef aanreiken. Terwijl de Long Islands erin gingen alsof het ranja was, begon Moffel een diepte-interview met zijn nieuwe Indiase hartsvriend over de geopolitieke verhoudingen in New Delhi. Na deze late avond werd de Sigma Bakery ontdekt, een toko die altijd open is voor een late night snack. En na een snelle skinny dip in het holst van de nacht gingen de lichten eindelijk uit.
De volgende dag was het al vroeg raak voor de zonaanbidders, die hun bleke carnavalsbastjes lekker lieten sudderen in de zon. Voor het merendeel dat pas rond een uurtje of één de luiken opengooide, was het moment daar om Ayia Napa achter ons te laten voor een broodnodig vleugje cultuur in Nicosia, de hoofdstad.
Eenmaal aangekomen werd er, geheel in stijl, gekozen voor een Frans etablissement. Want als je op Cyprus bent, ga je natuurlijk voor de Franse keuken. Na een snelle croissant werd er echter direct een lokaal etablissement opgezocht om de Keo Leo’s vakkundig naar binnen te werken onder het genot van de Olympische Spelen, waar knappe schaatsers over het ijs gleden een schril contrast gaf met de hitte buiten.
De drang naar avontuur was groot en enkele leden waagden een poging om het Turkse deel van de stad binnen te dringen. Dit liep echter uit op een bureaucratische deceptie: een Belgische verblijfsvergunning bleek in dit deel van de wereld ongeveer net zoveel waard als een lege pitcher bij de Heineken Bar. Geen Turks avontuur dus. Terwijl de bodem werd gelegd met een hapje, stond Pørko doodsangsten uit toen het avondgebed bij de Turks-Cypriotische grens door de speakers galmde. Voor een ongetraind oor klonk het blijkbaar iets te veel als de openingsscène van een grimmige film over terroristen.
Gelukkig was daar het sportieve hoofdgerecht: de kraker uit de Kroatische ‘Keuken Kampioen Divisie’. Terwijl enkele heren op een side quest door de stad dwaalden op zoek naar de goedkoopste Keo Leo en daarna de taxi naar huis namen, pakten Pørko en Takel het groots aan. Zij lieten zich door hun kersverse Cypriotische vriendin in haar BMW recht voor de ingang van het stadion afzetten, als een stel prinsen.
De rode loper werd echter al snel ingeruild voor de lange lat. Net toen de heren hun koninklijke vervoer bedankten, rukte de oproerpolitie met groot materieel uit. De twintig meegereisde Kroaten waren hun leven namelijk niet meer zeker door de lokale hooligans. Of Padde, Multatulli, Moffel en Pion zich daadwerkelijk in de strijd hebben gemengd, laten we in het midden, maar de spanning zat er goed in. Na een snelle hotdog tussen de politielinies door werd de terugtocht ingezet. De dag eindigde met een klein schademomentje: terwijl we instapten, wist Pion met de finesse van een dronken sloopkogel de lak van de hagelnieuwe Volvo van de taxichauffeur te bewerken. Na wat Grieks gevloek over ‘malaka’s’ was het tijd om de bedjes op te zoeken.
Na wederom een nacht die zijn sporen had nagelaten, splitste de T.H.D. zich op. De sportieve delegatie trok naar Cape Greco voor een hike en een potje voetbal, terwijl de ‘thuisblijf-delegatie’ de tuin verkoos om horizontaal te gaan. Pas rond een uurtje of twee ontwaakte het luie deel, precies op tijd om de Disaronno op tafel te toveren.
Omdat de zon alweer bijna onderging, werd er voedsel geregeld. Multatulli, expert in ‘zuip-vakanties’, vond een gyros-boer die er twee uur over deed om wat vlees in elkaar te flansen. Eenmaal herenigd werden de bordspellen uit de kast getrokken. Perudo bleek ineens een ‘strip-factor’ te bevatten zodra de koelkast werd geplunderd. Terwijl de eerste afhakers hun bed opzochten, ontstond er een ontroerend moment in de slaapkamer. Pørko en Rintje (die beweerde te moeten studeren maar stiekem gewoon wilde maffen) vonden elkaar in een moment van tederheid. Na wat gestoei met een opgetild matras werd de vrede getekend met een symbolische nachtzoen, waarna de rest koers zette naar Sammy in de Pheromone Bar. En een enkeling Arjen Lubach ging kijken.
Onderweg werd er een schokkende ontdekking gedaan: Cyprus is een walhalla voor pyromanen. Na de aanschaf van een fontein en een partij party poppers (waar de gemiddelde carnavals wagen jaloers op zou zijn), werd Moffels zorgvuldig opgebouwde diplomatieke relatie met Sammy misbruikt vanwege de “verjaardag” van Tüt. Dat Tüt in de verste verte niet jarig was, boeide Sammy niet zolang het bier maar vloeide. Zo werd de bar het decor van een oorverdovend, onterecht verjaardagsfeest. Hierna was er even twijfel of de vetste nachtclub van Ayia Napa de volgende bestemming zou zijn. Maar na Ploert zijn AIVD-skills gebruikte om te kijken of het er echt “lit” zou zijn, maar er enkel wat Midlife-Specials rondliepen, werd er snel besloten dat dit niet het establishment zou zijn waar 15 euro voor kaartjes gespendeerd zou worden. Na een afsluiter bij de Sigma Bakery gingen de meesten naar huis, waarna een dapper restant besloot de avond te eindigen door in hun onderbroek nog een laatste ronde bier te bestellen en wederom een bad te nemen.
De volgende dag stond in het teken van schadebeperking. Na een stevig ontbijt om de ergste katers weg te koppen, splitste het gezelschap zich voor de laatste keer op. Terwijl de strand-delegatie de lever rust gunde (of juist weer aan het werk zette) aan de kust, koos een ander groepje voor het avontuur in een gehuurde Nissan. Dat de airco van de bak harder piepte dan een gemiddelde technoplaat in de Pheromone Bar mocht de pret niet drukken; we hadden immers een missie in Limassol.
Na een hachelijke rit over lokale ‘turbo-rotondes’ (die in de praktijk vooral werkten als een Griekse puzzel voor gevorderden), bereikten we de stad. In Limassol leefde het gelukkig een stuk meer dan op de uitgestorven strip van Ayia Napa. Met het Cypriotische carnaval in aantocht werd er onder het genot van lokaal eten gereflecteerd op de vakantie. De melancholie sloeg even toe bij de gedachte aan het koude Nederland, maar gelukkig bood een lokale truien-sale troost voor de naderende vrieskou. Na een verplichte wandeling langs de carnavalsdrukte en zelfs een flitsbezoek aan een kerk (je bent toerist of je bent het niet), werd de piepende Nissan weer richting de villa gestuurd voor een laatste ronde Keo’s.
De volgende ochtend was het tijd voor de grote eindsprint. Na een snelle opruimsessie, waarbij de villa waarschijnlijk weer in een staat werd achtergelaten die de commissie de borg wederom opleverd, stonden we weer op het vliegveld. Even dreigde het nog mis te gaan toen Takel er bij de douane achter kwam dat hij nog een illegaal Cypriotisch rotje in zijn kontzak had zitten, maar de goden waren ons gunstig gezind. Zonder arrestaties, internationale incidenten of enge ziektes keerde de T.H.D. terug op Nederlandse bodem.
“De Braquantie 2026 was een feit. We hadden Sammy niet nodig, maar we hebben hem wel gekregen.”