Uncategorized

kijkje bij de oosterburen

Nadat de rust net weer was wedergekeerd en Kruikenstad weer was omgedoopt naar Tilburg, zou het ook wel eens tijd worden om de lichamen wat rust te geven. Althans, dat zou je denken. Voor de Heeren in het Zwart Wit betekenen de nadagen van de carnaval namelijk slechts een ding: De Braquantie staat weer voor de deur!

Ook dit jaar had een commissie van brokkenpiloten het op zich genomen om een reis van formaat neer te zetten. Een goede voorbereiding is het halve werk en zodoende verkregen de Leden een halve dag voor vertrek mooi op tijd de laatste informatie over de plek van de bestemming. Ditmaal begaf het Collectief zich naar de gure grijsheid van een ooit platgebombardeerde stad die door de Geallieerden nog makkelijker werd gescheiden dan de benen van de gemiddelde straathoer: Berlijn! De tekenen van het sociaal experiment dat door Stalin het communisme genoemd werd, waren nog overduidelijk te zien aan de grote en bouwvallige – al dan niet met techno bunkers gevulde – fabriekspanden en pakhuizen die over enkele delen van de stad verspreid waren en die door de Leden vanuit de trein vanaf het vliegveld beschouwd konden worden.

Eenmaal aangekomen bij het hotel kwam men er achter dat de gemiddelde vliegtuigstoel van EasyJet meer ruimte verschaft dan de kamers waarin men voor de komende dagen werd gehuisvest. Uiteraard mocht het gebrek aan ruimte de pret niet drukken en dook het collectief na een kort bezoek aan de lokale burgerboer de stad in. Aldaar kwam men tot de conclusie dat ze in Duitsland het pinapparaat nog moesten uitvinden, aangezien elke kroeg enkel cash accepteerde. Na de lange reis besloot men echter om er bijtijds de brui aan te geven om de volgende dag vol goede moed terug te keren.

Zo gezegd, zo gedaan stond menig lid (Lees: iedereen behalve Brum) al op tijd naast zijn bed om de culturele kant van Berlijn te ontdekken. Nadat bleek dat een deel van het dispuut solidariteit aan Oekraïne hoog in het vaandel had staan en er een bezoekje was gebracht aan het oersaaie Stasi-Museum begon de dorst echter toch weer op te spelen. Derhalve begaf men zich naar de eerste de beste kroeg die niet ver lopen was een sfeervol en authentiek cafeetje alvorens met zijn allen uiteten te gaan en opnieuw het nachtleven van Berlijn te verkennen. Helaas kende de kruistocht naar de stripclub een bitter einde toen de beveiliger de poort naar het Beloofde Land dicht hield en dus werden de bedjes voor de nacht weer opgezocht.

Op de derde dag stond niet alleen Jezus weer op, maar ook het Heldiale Collectief was  uit de veren. De dag was voor iedereen naar eigen wensen in te vullen, wat er toe leidde dat er voor het eerst in de geschiedenis van Braque een subclubje werd opgericht waar letterlijk niemand bij wilt. Toen dit clubje klaar was met elkaars bezwete lichamen bekijken in de sauna voegden ze zich bij de rest van de Leden om in een club het betere werk aan te gluren. Nadat Grind zichzelf een faillissement in had gejaagd en Klink beweerde dat hij met de stripper waarmee hij zat te praten “wel echt een klik voelde” was het tijd om te gaan en kwam de zoveelste buitenlandse taxichauffeur aanwippen in zijn Prius om men van een enkeltje richting het hotel te voorzien. 

De zaterdag was er eentje als nooit tevoren. Het was weliswaar koud, maar alleen al bij het horen van de naam ‘Hertha B.S.C.’ warmde men volledig op. Het was namelijk tijd voor de pot der potten: Hertha B.S.C. versus aartsrivaal Eintracht Frankfurt. Een wedstrijd die tot de laatste minuut spannend bleef met een uitslag van 1-4. Schar en Brum zijn naar verluid nog altijd aan het wachten tot de vedette van Hertha, Dedryck Boyata, er weer vijf in legt en Hertha eigenhandig de titel bezorgt.

Na het bittere verlies was het tijd om de eerdergenoemde aftandse fabriekspanden eens van de binnenkant te bekijken. Na een laatste avondmaal begaf men zich naar The White Rabbit, ofwel Der Weisse Hase voor intimi en Duitsers. Wel moesten ze daar schijnbaar eerst de Internationale Stoelenconventie nog afbouwen, aangezien men af en aan bleef lopen met genoeg meubilair om heel Kreuzberg van een nieuwe inboedel te voorzien. Desondanks beukten de gure technoplaten door de speakers en was het humeur weer snel op peil.

Met een enorme kater, maar een voldaan gevoel keerde men terug naar het vliegveld om het daar op de valreep nog aan de stok te krijgen met het EasyJet personeel, die hadden bedacht dat ze de portemonnees nog wel wat lichter konden maken, maar het humeur van de Leden kon na deze ALW al lang niet meer stuk.

“yo, sorry dat ik je wakker maak maar mag ik even fappen?”

Update der ledenbestand

In tijden van een op handen zijnde derde wereldoorlog stond voor de klooien een ander type dienstplicht op de planning. Na maanden waarin gestamel, ongemakkelijkheid en elkaar vingers ruiken centraal stonden, verlangde robot Frommel dat de klooien daadwerkelijk eens hun beste beentje voor zouden zetten. Zodoende plande de Weeco een weekend weg voor de klooien in om de gedachten eens te verzetten; gezelligheid gegarandeerd!

Voordat het grote festijn losbarstte bewees PPM’s favoriete spijtklooi al meer waarde voor het traject te hebben dan Rintje in de voorgaande maanden. Gelukkig kreeg de stompvoetklooi een dag later de kans om zich samen met zijn kameraden te herpakken. De Albert Verlinde onder de klooien had het spelletje echter te goed door, maar dat nam niet weg dat hij al snel in de duikboot belandde. Datzelfde gold ook voor Strüdel, die zich plots manifesteerde als de Limburgse Che Guevara met een groeistoornis. De Belgische stressklooi had het gelukkigerwijs wel naar zijn zin, terwijl hij van tevoren nog kotste van het idee om te moeten borrelen. De zoete vloeistof bracht de klooien uiteindelijk weer op de been en zo belandden ze allemaal dansend in hun bed.

De dag erna zat vrijwel iedereen weer fris en fruitig aan het ontbijt. Carnaval viel schijnbaar vroeg dit jaar, want de klooien zagen er merkwaardig uit aan de ontbijttafel. RINTJJJ wist het dispuut zelfs te verblijden met een hommage aan zijn grootste angst, terwijl Paddoef het hart van de Praeses wist te veroveren met een opmerkelijke opvoering van zijn lijflied. Hand in hand vertrokken de klooien vervolgens naar de plaats van bestemming. Op hetzelfde moment vertrok de WeeCo ook om tijdig alle boodschappen in te slaan voor het weekend. Daar deden ze echter nog langer over dan Hubert Bruls over een volledige marathon, waardoor de Helden zich net zo verhongerd waanden als Quen die een halfuur geen fastfood krijgt. Gelukkig werkte de tap wel kon het Collectief bij een aftands wegrestaurant terecht om de honger te stillen. Aldaar regeerde de gezelligheid en bij terugkomst bij het huisje werd menig lichtingsband vervolgens verder aangesterkt. Na afloop werd door de klooien nog gretig gebruik gemaakt van Grind zijn meesterwerk dat nog minder warmte vasthield dan de ziel van de PSS. Na een kort maar krachtig nachtje werden de klooien wakker geschud door een warm onthaal van de Helden. Ploert kreeg van de schrik opeens de neiging om zich te verkleden als albino, waarna de klooien mochten laten zien wat ze in petto hadden bij hun eigen versie van kruistocht in onderbroek. De klooien wisten zich naarmate het weekend vorderde op te klimmen en ergens in de nacht van donderdag op zondag mochten Thijmen Adriaansen, Luke Kemps, Thijs van Weezel, Philip Diederen, Jort de Jong, Bart Schellekens en Gijs Mariёn hun trui in ontvangst nemen. Maak er een geweldige tijd van Heeren!

´´Hij is geen mens meer voor mij“

Eerste Borrel

Twee dagen nadat het dispuut der disputen was teruggekeerd uit het gehandicapte broertje van Athene Thessaloniki, stond de eerste borrel op de planning voor de Helden. Met de ouzo nog vers achter de kiezen stond er weer een avond op de planning die regelrecht tegen de principes van Snof ‘appelsap is ook best lekker’ Molotov in zou gaan. Van tevoren was gelukkig alles – los van een begroting die zes weken eerder af had moeten zijn – geregeld, dus de rest van het dispuut kon met een gerust hart toeleven naar de borrel. De enige voor wie dat niet gold was Asstressor Heuj. Hoewel hij dagenlang kon genieten van een reis die zelfs Jort Kelder  ‘’bijzonder decadent’’ zou noemen, wond hij zich op de dag van de borrel nog steeds op over de ellenlange discussies met de gele muur over zeemeerminvlaggetjes en broodjes knak. Nadat met de borrelcom van Conserva ook die discussies uiteindelijk waren beslecht tijdens het aankleden van de KB, kon uiteindelijk iedereen met een goed gevoel toeleven naar het begin voor de borrel.

Quen kon in zijn eerste weken als Prins Carnaval de vereniging nog niet naar zijn hand zetten, waardoor de Helden waren uitgeloot om de borrel te mogen beginnen in het café. Slagzahn bleek gelukkig weer een fijn toevluchtsoord om wat speciaalbakken te proeven. De bakken bevielen zó goed dat iedereen besloot om er langzaam van te genieten. Gevolg was echter wel dat Frommel en Krik de helft van het bier moesten wegspoelen, want Kees stond al enige tijd bij het Piusplein te wachten. Een eerste borrel zonder huifkar is tegenwoordig net zo normaal geworden als dat Donar vieze trucjes uithaalt in de introperiode, dus voor de genodigden was de rit an sich niks nieuws. Wat wél nieuw voor hen was, waren de inspirerende nummers over tripjes naar Brussel en boertjes in het ziekenhuis. Nadat de tocht klaar was en de inwoners van Groningen al op het punt stonden om op de tractor naar Den Haag te stappen vanwege aardbevingsgevaar, stond boertje Krik ook op het punt om naar het ziekenhuis afgevoerd te worden vanwege overmatig rietbakgebruik.

Gelukkig werd de borrel rustig voortgezet in het walhalla der keukens. Daar kregen de genodigden de kans om hun mannetje te staan voor de Helden. Voordat zij het woord mochten nemen, nam Zizoef het woord om het goede voorbeeld te geven door ladderzat wat woordjes te brabbelen een mooi verhaal te vertellen over het karakter van het dispuut der disputen. Daarna was het de beurt aan de eerstejaars. Hierbij viel op dat er vaker werd gesproken over meisjes in rolstoelen dan over avonturen in Lloret. Nadat de genodigden opgelucht waren dat het tribunaal erop zat, konden ze meteen een wit shirt aantrekken.

Dat witte shirt kwam namelijk goed van pas voor de neon-blacklight-borrel met de tafelfrietfanaten. De sfeer zat er vanaf het begin al goed in en na een paar minuten was er al weinig wits meer te zien in de borrelruimte. Floyd raakte al wel snel opgewonden door een opgewonden Moes, maar dat bleek voor de sfeer in de borrelruimte gelukkig loos alarm. Er werd tot laat geborreld, waarna Zizoef tot ontsteltenis van Etta de borrel op het schappelijke tijdstip van half zes afkapte. De dag erna kwamen de Helden erachter dat het boertje nog een onverwachts succesje had geboekt, waarna er al helemaal met een tevreden gevoel werd teruggeblikt op de avond.

‘’Toen heb ik haar in het water geduwd’’